Kinderen 

Kinderen tot en met 18 jaar komen vaak naar de logopedist voor een spraakstoornis of een taalstoornis. De mondmotoriek heeft soms grote gevolgen voor de uitspraak en het slikken.

Op deze website vindt u informatie over de volgende behandelgebieden: 

    Staat uw vraag hier niet bij? Neem dan gerust contact op met mij.

     

    Mondmotoriek/ Myo functionele therapie

    Myofunctionele therapie neemt de oorzaak weg van bijvoorbeeld vooruit staande tanden of een slissende uitspraak. Verkeerde gewoonten, die zorgen voor vervormingen van het gebit en de kaken, worden afgeleerd met behulp van oefeningen.

    Door vroegtijdig verkeerde mondgewoonten af te leren, kunnen veel tandheelkundige, orthodontische en of logopedische behandelingen voorkomen worden. Als de nieuwe gewoonten echt goed ingesleten zijn, kan er bovendien daarna een blijvend resultaat bereikt worden na bijvoorbeeld orthodontie, logopedie of een kaak correctie.

    Hieronder beschrijf ik een aantal voorbeelden van verkeerde mondgewoonten:

    Mondademen

    Het mondademen begint vaak op jonge leeftijd tijdens een verkoudheid of door benauwdheid vanwege een allergie. De neus die normaal gesproken zorgt voor het bevochtigen, verwarmen en reinigen van de ingeademde lucht, kan verstopt zijn. Het mondademen dat dan plaatsvindt veroorzaakt onder andere vaak terugkerende infecties in de keel (amandelen) en middenoorontstekingen.

    Ten gevolge van het mondademen ontstaat er een lage tongligging, waardoor er een verkeerde groei van de kaken optreedt (smal verhemelte, ondertanden kunnen naar voren gaan staan, de onderkaak groeit naar beneden en naar achteren). De lippen zijn niet gesloten en bieden hierdoor geen tegenwicht tegen de voorwaartse druk van de tong. Het kan ook een open beet tussen de voortanden veroorzaken, de uitspraak is meestal verstoord en in meer of mindere mate komt kwijlen voor.

    Zuiggewoonten

    Hiermee wordt bedoeld het te vaak, veel te lang of te intensief duim- of vingerzuigen. Ook kan het gaan om tong- of lipzuigen. Een te lang of te intensief gesabbel op een speen valt ook onder afwijkende zuiggewoonten. Afwijkend zuiggedrag leidt tot een afwijkende stand van tanden en/of kaken en een mondademing met alle gevolgen van dien.

    Bijtgewoonten

    Het bijten op vingers, de nagels en lippen, kaakklemmen en tandenknarsen kan schade geven aan het kaakgewricht en zorgen voor overbelasting van de mondspieren, waardoor de natuurlijke balans met betrekking tot spierspanning verstoord wordt.

     

    Afwijkend slikgedrag
    Wanneer de tong naar buiten komt tijdens het slikken kan op die plaats een open beet ontstaan, voorwaarts of zijwaarts. De tanden raken elkaar niet op de plaatsen die nodig zijn om effectief te kunnen kauwen. Hierdoor gaat het vermalen van voedsel moeilijker en langzamer. Het kost hierdoor meer tijd om een voedselbrok te vormen voor het slikken.
    Een afwijkend slikpatroon heeft vrijwel altijd gevolgen voor de stand van de tanden of kiezen en de vorm van de kaak. Deze vorming heeft weer invloed op de uitspraak. Door de verkeerde slik ontstaat er een verkeerde druk in de keel, waardoor de buis van Eustachius (het buisje dat de keel met het middenoor verbindt) verstopt raakt. Dit is vaak een oorzaak van terugkerende middenoorontstekingen.

    Als er al op jonge leeftijd een afwijkende slik en mondademing is, is er een grote kans op slaapstoornissen en stoornissen in de ademhaling.

    De behandeling

    De behandeling is het meest effectief in de leeftijd van 6 tot 8 jaar, maar in ieder geval voordat de beugel geplaatst wordt. Het oefenen tijdens het dragen van een beugel is niet prettig en niet zinvol. Bij een terugval na het dragen van een beugel (een relaps) is het zinvol om alsnog Myofunctionele therapie in te zetten. Hiermee wordt de oorzaak van de relaps blijvend aangepakt.

    Gestart wordt met het meten van de lipkrachten en vastleggen van de situatie door middel van foto’s. Dit is belangrijk, want hoe leuk en nuttig is het om resultaat te zien na het oefenen!

    De volgende oefeningen kunnen onderdeel zijn van de therapie: 

    • Het afleren van het duimen/vingerzuigen met een beloningskaart;
    • Het verstevigen van de lipspieren door te oefenen met een knoop;
    • Het oefenen van het zogenaamde ’tongklakken’. 

    Mondtrainers

    In veel gevallen zal er tijdens mijn behandeling gebruikt gemaakt worden van mondtrainers, Myobrace® . Mondtrainers zijn een uitstekend hulpmiddel tijdens de Myofunctionele therapie. Het gewenste eindresultaat zal in de meeste gevallen veel sneller en duurzamer bereikt worden, vaak met minder oefenen. In sommige gevallen is het gebruik van een trainer echt een voorwaarde om met de Myofunctionele therapie te beginnen, omdat het anders niet zo veel zin heeft.

    De tekst op deze pagina is geredigeerd door Berry Verlinden, tandarts en docent OMFT.

    Voor meer informatie over Myofunctionele therapie kunt u de website omft.info bezoeken via deze link. Hier is extra informatie te vinden voor logopedisten, tandartsen en orthodontisten.

    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >
    >

    Spraak

    Een spraakprobleem wordt ook wel uitspraakstoornis of articulatiestoornis genoemd. Door problemen met het verwerven van klanken kan een kind zich niet goed verstaanbaar maken. Dit gaat soms samen met een taalontwikkelingsstoornis. Het gevolg is dat een kind zich niet goed kan duidelijk maken. Dit leidt vaak tot frustratie bij kinderen.

    Volgorde van verwerven

    Kinderen leren de stem te gebruiken vanaf de geboorte. Het brabbelen van baby’s is een vorm van oefenen van klanken en testen hoe de omgeving hierop reageert. Omdat dit vanzelf gaat, noemen we dit het ‘verwerven’ van klanken. In deze verwerving zit een volgorde, die per kind iets verschilt, maar wel grotendeels op hetzelfde neerkomt.

    Er zijn klanken die als eerste verworven worden en andere pas later. Een kind leert bijvoorbeeld eerder de /m/ van ‘mama’, dan de /r/ in ‘rood’. Deze laatste klank is moeilijker en kan zes jaar pas verworven zijn.

    Clusters van klanken, zoals /sp/ in spin, zijn ook moeilijker. Een kind hoeft clusters pas te kunnen uitspreken wanneer het vier jaar is. Normaal gesproken gaat de verwerving vanzelf. Maar soms kan logopedie hierbij helpen.

    Oorzaken

    Wanneer een kind problemen heeft met uitspraak van klanken kan de oorzaak motorisch of fonologisch zijn.

     

    Motorisch

    Een motorisch probleem kan bijvoorbeeld zijn het slissen. De tong komt hierbij naar voren bij het spreken. Een kind weet mogelijk niet weet hoe de mond en de tong bewogen moeten worden bij de klank /s/, of vergeet dit als het druk is met vertellen. Tijdens het eten en drinken is het mogelijk dat de tong naar voren komt bij het slikken. Tijdens het tv-kijken zie je soms een open mond. Zie hiervoor ook mondmotoriek.

     

    Fonologisch

    De oorzaak van articulatie of spraakproblemen heeft vaak te maken met een verkeerde waarneming van klanken. Hoort uw kind bijvoorbeeld het verschil tussen “vuur” en “voer”? In dit geval is er een probleem met de fonologische ontwikkeling. Wanneer dit de oorzaak is gaan we eerst werken aan het kritisch luisteren, de fonologische ontwikkeling, die later ook voor lezen nodig is. Een kind dat buisjes heeft gehad, of problemen heeft met het gehoor (bijvoorbeeld door een langdurige middenoorontsteking) kan ook een achterstand opgelopen hebben in de fonologische ontwikkeling.

     

    Gevolgen

    Een kind dat zich niet duidelijk kan maken raakt soms gefrustreerd. Dit kan zich uiten in teruggetrokken gedrag, zoals minder te praten, non-verbaal gedrag (schoppen, slaan, bijten)  of luidruchtig gedrag (gillen of schreeuwen). Globaal gezegd zou een kind van 4 jaar zou ongeveer voor 75% verstaanbaar moeten zijn voor derden¹.

    Een kind dat geen hulp heeft gekregen bij uitspraakproblemen heeft grote kans op problemen met het leren lezen. De hiervoor genoemde fonologische ontwikkeling vormt namelijk de basis voor het herkennen van klanken in Groep 2 en later het leren lezen van letters en woorden in Groep 3. 

    Taal

    Wanneer uw kind de woorden of de zinnen niet kan vinden om zichzelf duidelijk te maken, kan er sprake zijn van een taalprobleem. Ook wel een probleem in de taalontwikkeling. 

    De taalontwikkeling is afhankelijk van het taalaanbod van de omgeving en de ontwikkeling van het kind. De taalontwikkeling begint al wanneer een kind een half jaar oud is. Problemen met het concentreren en symptomen leer- of gedragsstoornissen hebben invloed op de taalontwikkeling. 

    De taalontwikkeling heeft betrekking op het taalbegrip en de taalproductie. Het begrip van taal ontwikkelt vormt de basis voor de taalproductie. Een kind zal daarom doorgaans geen woorden spontaan gebruiken dat het niet begrijpt. Omgekeerd zal een kind dat in twee woord zinnen spreekt (ikke hebbe) vaak geen lange zinnen begrijpen van bijvoorbeeld zeven woorden. Daarnaast is het belangrijk dat het gehoor voldoende is. Wanneer er een vermoeden is van bijvoorbeeld oorontsteking is het belangrijk om dit te laten onderzoeken.

    De taalontwikkeling is van grote invloed op de ontwikkeling van de uitspraak, het technisch leren lezen, het taalbegrip, het begrijpend lezen en het rekenen vanwege het ’taaldenken’. Wat er ook geleerd moet worden, het begint met taal. Hoe kan een kind bijvoorbeeld:

     

    • bewust worden van laatste klank in een woord als het niet begrijpt wat de volgorde is tussen eerste en laatste?
    • een woord leren lezen als het de betekenis niet weet van het woord?
    • leren rekenen als het niet begrijpt wat optellen of vermenigvuldigen betekent?
    • een vraag bij het begrijpend lezen correct beantwoorden als het de tekst niet begrijpt?

    Wanneer logopedie?

    Heeft u twijfels met betrekking tot de taalontwikkeling van uw kind? Neemt u gerust contact op met de praktijk.

    Ga na of uw kind mogelijk taalproblemen heeft. Wanneer uw kind tussen de 1 en 6 jaar oud is, kunt u zelf nagaan of uw kind mogelijk taalproblemen heeft. Met het SNEL screeningsinstrument kunt u dit zelf vaststellen. Kijkt u hiervoor op: http://kindentaal.logopedie.nl/site/sneltest. 

    Lezen

    Veel kinderen met leesproblemen hebben een voorgeschiedenis van spraak-,taalproblemen, zoals het laat leren praten en articulatiemoeilijkheden. Ook is bekend dat veel kinderen met een taalontwikkelingsstoornis moeite hebben met lezen.

    Beginnende geletterdheid

    De meeste kinderen kunnen eind groep twee (omstreeks mei) dertien letters benoemen. Kinderen die later zijn en minder letters benoemen hebben extra aandacht nodig.
    Om de leesontwikkeling van een kind te volgen wordt op de basisschool gebruik gemaakt van de zogenaamde 7 tussendoelen voor beginnende geletterdheid.

     

    De volgende signalen kunnen voorafgaan aan leesproblemen:

    • geen interesse in boeken;
    • geringe letterkennis;
    • langzame benoemsnelheid van letters tijdens het ‘flitsen’;
    • moeite met rijmen;
    • een ouder/broer/zus met dyslexie.

     

    De ervaring leert dat voortijdig aandacht besteden aan geletterdheid problemen met lezen kan voorkomen in groep 3.

    Logopediepraktijk Akkrum begeleidt u en uw kind bij het ontwikkelen van de beginnende geletterdheid, zodat uw kind in groep 3 de stap kan maken om te leren lezen!

     

    Onderzoek en behandeling

    Bij het vermoeden van problemen met beginnende geletterdheid wordt gericht onderzocht waar uw kind precies moeite mee heeft. Dit wordt vervolgens behandeld. Samenwerking met de leerkracht van uw kind versterkt het resultaat van de behandeling.

     

    Dyslexie

    Wanneer er sprake is van leesproblemen hoeft er nog geen sprake te zijn van dyslexie. Pas nadat er duidelijk sprake is van stagnatie kan de basisschool uw kind doorsturen naar een orthopedagoog of GZ-psycholoog voor onderzoek. Hierbij moet de school onder andere aantonen dat er leesbegeleiding heeft plaatsgevonden.

    Begrijpend lezen

    In groep 5/6 van de basisschool verschuift de nadruk bij het lezen van het technisch leren naar het begrijpend lezen. Het goed kunnen lezen en begrijpen van teksten bepaalt voor een belangrijk deel het succes van uw kind op school en de mogelijkheden om bijvoorbeeld later te kunnen studeren.

    Het begrijpend lezen wordt beïnvloed door:

    • de omvang van de woordenschat;
    • de beheersing van grammatica;
    • de beheersing van het technisch lezen;
    • het kunnen toepassen van leesstrategieën.

    Wanneer begeleiding op school onvoldoende helpt kan logopedie uitkomst bieden. De woordenschat kan bijvoorbeeld uitgebreid worden met gebruik van visuele ondersteuning. 

    Slikken

    Hier komt binnenkort meer over dit onderwerp.

    Auditieve verwerking

    Hier komt binnenkort meer over dit onderwerp.

    Adem en Stem

    Met uw kind kan spelenderwijs gewerkt worden aan een correct gebruik van de stem en stemhygiëne, dit wil zeggen de verzorging van de stem.

    Wanneer kinderen problemen hebben met de stem, is er soms sprake van stemmisbruik. Dit kan zijn het verkeerd gebruiken van de stem tijdens het spelen door vreemde stemmetjes te maken. Onder het onderdeel volwassenen vindt u meer informatie over onder andere heesheid en stemhygiëne. 

    Wanneer logopedie?

    Wanneer u twijfels heeft over de spraakontwikkeling van uw kind, kunt u dit vrijblijvend laten onderzoeken. U kunt dan een beeld krijgen van de ontwikkeling van uw kind en hulp waar dit nodig is.